|
Historische charter van de maand april In verband met het
650 jarig bestaan van de stad wordt dit jaar iedere maand een
andere bijzondere perkamenten akte tentoongesteld in het
gemeentearchief. Iedere donderdag in april kunt u komen kijken
naar: Drie aan elkaar gehechte verkoopakten van een huis en
jeneverstokerij aan de Nieuwstad, gedateerd 1691, 1695 en 1709.
Een informatieblad over deze archiefstukken - en over de
archiefstukken die in de voorgaande maanden zijn tentoongesteld -
ligt bij het archief voor u klaar.
Jeneverstokerij te koop !
In
het gemeentearchief wordt een groot aantal perkamenten akten
(charters) bewaard die te maken hebben met de verkoop en de
overdracht van huizen in Weesp. De drie tentoongestelde akten zijn
bijzonder omdat zij zo goed bewaard zijn gebleven. Zij zijn aan
elkaar vastgemaakt om ze goed bij elkaar te houden. Onderaan het
pakketje van de drie akten hangen 9 zegels, van ieder stuk 3
zegels (schout en twee schepenen), alles is dus compleet.
Alle charters gaan over hetzelfde huis aan de Achtergracht. De
eerste akte is gedateerd 1691. Het huis wordt dan verkocht voor
825 guldens en 2 ducaten door Cornelis van Marken aan de
Amsterdamse koopman monsieur Abraham Caaskamer. Vier jaar later is
de volgende verkoop. Meneer Caaskamer heeft er al snel genoeg van
(misschien heeft hij geld nodig), want hij verkoopt het huis met
verlies voor het bedrag van 760 gulden aan Gerrit van Ommeren. De
derde verkoopakte laat zien dat het pand inmiddels tot een
branderij, dat is een jeneverstokerij, is verbouwd, een veel
voorkomend soort bedrijf in Weesp in die tijd. De waarde is flink
wat meer geworden: 1700 gulden vraagt Gerrit van Ommeren aan de
koper Albertus Ploos van Amstel voor het onroerend goed, en
daarbij nog 800 gulden voor de stookketels en het gereedschap.
Wat zou een dergelijk bedrag omgerekend naar de tegenwoordige tijd
nu zijn ? Hiervoor zijn goede omrekenmethoden. Het bedrag van 825
gulden in 1691 kan je vergelijken met 7600 euro, ongeveer 17.000
gulden, nu. Daar krijg je nu toch echt geen huis meer aan de
Achtergracht voor !
Hoe het met het huis verder ging weten we toevallig omdat er nogal
wat bekend is over de familie Ploos van Amstel. Albertus Ploos van
Amstel die de jeneverstokerij in 1709 koopt, overlijdt niet lang
hierna. Zijn vrouw Isabella Galtrop en zijn zoon Jacob Ploos van
Amstel zetten het bedrijf voort. Zoals veel Weesper jeneverstokers
blijken ook zij teveel geld te hebben geleend om het bedrijf groot
te maken. De onderneming gaat failliet door het beslag van de
schuldeisers, en in 1726 wordt de jeneverstokerij noodgedwongen
voor een schijntje verkocht.

Huis gekocht ?
Hoe werkte dat nu vroeger wanneer je een huis of een stuk
grond had gekocht ?
Verkoper en koper gingen samen naar de rechtbank van Weesp, de
zogenaamde schepenbank. Daar werd de schout van Weesp gehaald, die
het gezag van de Staten van Holland vertegenwoordigde, de
rijksoverheid zeg maar. Daarbij voegden zich twee schepenen als
afgevaardigden van de stad Weesp. De stadssecretaris noteerde dan
op een stuk perkament wie de verkoper en wie de koper was en voor
welke prijs het onroerend goed was verkocht. Moeilijker werd het
wanneer moest worden opgeschreven om welk huis of stuk grond het
ging. Er waren namelijk voor ca. 1800 nog geen huisnummers en ook
geen kadastrale nummering. Dat was de reden dat veel huizen namen
kregen zoals de in Weesp voorkomende namen ’t Vosje, de Dolfijn,
het Paradijs of De blauwe Hand. Was er geen naam dan moest het
huis omschreven worden: de naam van de straat, wie de buren ten
noorden en ten zuiden waren, en of het huis misschien op de hoek
van een steeg stond. Wanneer alles vermeld was werden er stukken
bijenwas aan het perkament gehangen en drukten de schout en de
schepenen als getuigen hun zegel in de warme was. Daarna moest er
natuurlijk nog wel even worden afgerekend bij de stadssecretaris
voor de verleende dienst.
terug naar nieuwsoverzicht
home
|
Klik hier voor de Feestkalender 2005 !!!
|